Alternatieven btw-identificatienummer

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft onderzoek gedaan naar het gebruik van het burgerservicenummer

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft onderzoek gedaan naar het gebruik van het burgerservicenummer (BSN) in het btw-identificatienummer. Volgens de AP heeft het gebruik van het BSN in het btw-identificatienummer geen wettelijke grondslag. Het BSN is een vertrouwelijk persoonsnummer voor communicatie tussen overheid en burger. Het gebruik van het BSN als btw-identificatienummer is niet noodzakelijk voor de uitvoering van de taak van de Belastingdienst. Voor de registratie van een btw-ondernemer kan een nummer worden gebruikt dat niet op het BSN is gebaseerd.


Naar aanleiding van het onderzoek van de AP deelt de staatssecretaris van Financiën mee dat hij op zoek gaat naar een haalbaar alternatief. Een mogelijkheid kan zijn dat bestaande en nieuwe ondernemers/natuurlijke personen een nieuw btw-identificatienummer krijgen voor extern gebruik. Dat nummer wordt dan gebruikt in alle uitingen aan derden waarin vermelding van een btw-nummer verplicht is en in contacten met de Belastingdienst. De Belastingdienst gebruikt het nieuwe nummer in deze optiek in berichten aan de ondernemer waarin vermelding van het btw-identificatienummer vereist is en die de ondernemer moet delen met derden.


Binnen de systemen van de Belastingdienst blijft het op het BSN-gebaseerde nummer van de ondernemer in gebruik. Om dit te realiseren moet er een conversieservice worden gebouwd, die het nieuwe nummer bij inkomend verkeer omzet naar het oude nummer en bij uitgaand verkeer andersom. Of dit haalbaar en werkbaar is, wordt momenteel onderzocht. De nieuwe nummersystematiek zal niet voor de door de AP genoemde datum van 1 januari 2019 gerealiseerd kunnen worden.

Tweede Kamer neemt compensatieregeling transitievergoeding aan

De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel dat werkgevers vanaf 2020 compenseert voor de transitievergoeding

De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel dat werkgevers vanaf 2020 compenseert voor de transitievergoeding bij ontslag van langdurig zieke werknemers aangenomen. Werknemers hebben bij ontslag op initiatief van de werkgever recht op een transitievergoeding wanneer de dienstbetrekking twee jaar of langer heeft geduurd. Dat geldt ook voor ontslag van een langdurig zieke werknemer na afloop van de periode waarin de werkgever tot loondoorbetaling verplicht is. Werkgevers ervaren dat als onredelijk en kiezen er daarom vaak voor om niet tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst over te gaan. Het door de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel moet het ongenoegen van werkgevers wegnemen. De compensatie voor de transitievergoeding komt uit het Algemeen werkloosheidsfonds en wordt gefinancierd door een verhoging van de uniforme Awf-premie.

Geen aftrek voorbelasting als niet is geleverd

Ondernemers moeten omzetbelasting berekenen over de vergoeding die zij aan hun afnemers in rekening

Ondernemers moeten omzetbelasting berekenen over de vergoeding die zij aan hun afnemers in rekening brengen voor de levering van goederen of het verrichten van diensten. De btw-richtlijn omschrijft de levering van een goed als de overdracht of overgang van de macht om als een eigenaar over een lichamelijke zaak te beschikken. De belasting is verschuldigd op het tijdstip waarop de levering plaatsvindt. Op dat moment ontstaat bij de afnemer het recht op aftrek van de door hem betaalde omzetbelasting. Het recht op aftrek van voorbelasting is beperkt tot de mate waarin de afgenomen goederen en diensten worden gebruikt voor belaste handelingen door de afnemer.


Het Hof van Justitie EU heeft onlangs de vraag beantwoord of het recht op aftrek van voorbelasting mag worden geweigerd omdat de gefactureerde goederen niet zijn geleverd aan de ondernemer aan wie de factuur is gericht. De verwijzende rechter wilde met name weten of voor het weigeren van aftrek nodig is om aan te tonen dat de ondernemer wist of had moeten weten dat het ging om btw-fraude. Volgens het Hof van Justitie EU is in het btw-stelsel het recht op aftrek gekoppeld aan de daadwerkelijke levering van een goed of de daadwerkelijke verrichting van een dienst. Het is uitgesloten dat er enig recht op aftrek ontstaat wanneer er geen daadwerkelijke levering of dienstverrichting plaatsvindt. Eerder heeft het Hof van Justitie EU al uitgelegd dat er geen recht op aftrek is voor belasting die uitsluitend is verschuldigd omdat zij wordt vermeld op een factuur. Het Hof van Justitie EU merkt nog op, dat degene die voorbelasting wenst af te trekken moet aantonen dat aan de voorwaarden voor aftrek is voldaan.

Nationaal sportakkoord

De minister van Sport heeft een akkoord gesloten met de sport, gemeenten en maatschappelijke organisaties

De minister van Sport heeft een akkoord gesloten met de sport, gemeenten en maatschappelijke organisaties en bedrijven. Dit nationale sportakkoord houdt onder meer in dat er ruim 700 extra buurtsportcoaches komen en dat de onbelaste vrijwilligersvergoeding omhooggaat van € 1.500 naar € 1.700 per jaar. Verder komt er een bedrag van € 87 miljoen beschikbaar aan subsidie voor sportverenigingen die investeren in accommodaties en voor beweegprogramma’s voor kinderen onder de zes jaar. Alle bij het sportakkoord betrokken partijen betalen mee om de ambities te realiseren.


Het nationaal sportakkoord bestaat uit vijf deelakkoorden, die gesloten zijn door veel verschillende partijen. Het gaat om de volgende akkoorden:



  1. inclusief sport en bewegen;

  2. van jongs af aan vaardig in bewegen;

  3. duurzame sportinfrastructuur;

  4. vitale aanbieders;

  5. positieve sportcultuur.

Jeugd-LIV

Werkgevers hebben over 2018 recht op het jeugd-LIV voor elke werknemer, die voldoet aan de volgende drie

Werkgevers hebben over 2018 recht op het jeugd-LIV voor elke werknemer, die voldoet aan de volgende drie voorwaarden:



  • de werknemer is verzekerd voor 1 of meer van de werknemersverzekeringen;

  • de werknemer was op 31 december 2017 18, 19, 20 of 21 jaar;

  • de werknemer heeft een gemiddeld uurloon dat hoort bij het wettelijke minimumjeugdloon voor zijn leeftijd.

De bedragen voor het gemiddeld uurloon zijn voor 2018 als volgt vastgesteld:
























Leeftijd

Ondergrens gemiddeld uurloon


Bovengrens gemiddeld uurloon

21 jaar

€ 8,40


€ 9,82

20 jaar

€ 6,91


€ 9,34

19 jaar

€ 5,43


€ 7,69

18 jaar

€ 4,69


€ 6,04


Het Jeugd-LIV wordt in de loop van 2019 automatisch uitbetaald aan de werkgever op basis van de aangeleverde loonadministratiegegevens.

Nieuwe of gebruikte auto voor de bpm?

Over de vraag wanneer sprake is van een nieuwe of gebruikte auto voor de bpm heeft de Hoge Raad al

Over de vraag wanneer sprake is van een nieuwe of gebruikte auto voor de bpm heeft de Hoge Raad al meerdere arresten gewezen. Zo staat de omstandigheid dat een auto in het buitenland is geregistreerd voordat deze in Nederland werd geregistreerd er niet aan in de weg om de auto als nieuw aan te merken wanneer de Nederlandse koper de auto voor het eerst in gebruik heeft genomen. Een auto is nieuw voor de bpm als hij niet of nauwelijks is gebruikt.


De staatssecretaris van Financiën heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van Hof Den Bosch in een procedure over de bpm. Volgens het hof ging het om een auto, die ten tijde van de registratie als een gebruikte auto moest worden aangemerkt. De staatssecretaris meent dat het om een destijds nieuwe auto gaat. De auto is op 11 januari 2012 aan de Nederlandse koper, een bv, afgeleverd met slechts 10 kilometer op de teller. Op 12 januari is de auto op naam van de bestuurder van de bv in Duitsland geregistreerd op een zogenaamd exportkenteken. Op 1 februari 2012 is in Nederland aangifte voor de bpm gedaan. De auto had op dat moment een kilometerstand van 3.092. De registratie vond plaats op 8 februari 2012 op naam van de bv.


Het hof hield geen rekening met het feit dat de auto direct aan de Nederlandse koper is afgeleverd. Volgens de staatssecretaris gaat het in dit geval om een U-bocht constructie met belastingbesparing als doorslaggevende reden. Na de aanschaf heeft de bv bewust kilometers in het buitenland laten maken om bij de registratie in Nederland voor de bpm uit te gaan van een gebruikte auto. Het hof vond dat niet aannemelijk gemaakt en oordeelde dat het enkele feit dat tussen aankoop en registratie in Nederland weinig tijd was verstreken onvoldoende bewijs is voor het oogmerk tot belastingbesparing.


De Advocaat-generaal (A-G) bij de Hoge Raad concludeert dat het beroep in cassatie van de staatssecretaris ongegrond is. De A-G meent dat, gezien het aantal gereden kilometers, het gebruik in het buitenland reële betekenis heeft. Het gaat niet om de vraag wie de auto in het buitenland in gebruik heeft genomen, maar om de vraag of de auto ten tijde van de registratie in Nederland feitelijk nieuw of gebruikt was. De A-G merkt nog op dat dat de huidige regelgeving er wellicht toe uitnodigt om met dure auto’s eerst enige tijd op Duits kenteken in het buitenland te gaan rondrijden.

Opbrengst verhuur tuinhuis niet belast

Voor de heffing van de inkomstenbelasting worden de voordelen uit eigen woning gesteld op een forfaitair

Voor de heffing van de inkomstenbelasting worden de voordelen uit eigen woning gesteld op een forfaitair bedrag. Wordt de eigen woning tijdelijk aan derden ter beschikking gesteld, dan moet 70% van de daarmee behaalde opbrengst bij de voordelen worden geteld.


De vraag in een procedure voor de rechtbank was of dat ook geldt voor de opbrengst van de verhuur van een tuinhuis. Een tuinhuis is een zogenaamde aanhorigheid van de eigen woning en maakt daarmee deel uit van de eigen woning. De vraag is dus of ook bij de verhuur van een deel van de eigen woning 70% van de opbrengst bij het inkomen moet worden geteld. Volgens de rechtbank gaat de tekst van de wet uit van tijdelijke verhuur van de gehele woning. Dat volgt ook uit de parlementaire toelichting bij het betreffende wetsartikel. Tijdelijke verhuur van een gedeelte van de eigen woning is bij de parlementaire behandeling niet aan de orde geweest.

Vliegbelasting

De belastingheffing zal in de toekomst verschuiven van inkomensgerelateerd naar verbruiksgerelateerd. Met

De belastingheffing zal in de toekomst verschuiven van inkomensgerelateerd naar verbruiksgerelateerd. Met name milieuonvriendelijke producten zullen zwaarder worden belast. Onderdeel van deze verschuiving is het heffen van belasting op vliegverkeer. Met ingang van 2021 wil Nederland belasting gaan heffen op vliegverkeer.


Het liefst zou Nederland zien dat er een eenduidige Europese vliegbelasting wordt geïntroduceerd. Mocht dit niet lukken dan wordt er een belasting per vliegtuig en/of een belasting per passagier ingevoerd. Uit onderzoek blijkt dat een beperkte vliegbelasting van € 3,80 per passagier binnen europa en € 22 voor intercontinentale vluchten een positieve invloed heeft op welvaart, BBP en klimaat.

Uitbreiding geboorteverlof partner

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het wetsvoorstel Wet Invoering Extra

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het wetsvoorstel Wet Invoering Extra Geboorteverlof (WIEG) naar de Tweede Kamer gestuurd. Op grond van dit wetsvoorstel krijgen partners na de geboorte van een kind vijf in plaats van twee dagen doorbetaald verlof. Het geboorteverlof wordt per januari 2019 ingevoerd. Het verlof kan meteen worden opgenomen, maar kan ook later worden opgenomen, mits het in de eerste vier weken na de bevalling gebeurt.


Vanaf juli 2020 maakt dit wetsvoorstel het mogelijk om in het eerste half jaar na de geboorte nog eens vijf weken extra verlof op te nemen. In die periode hebben partners recht op een uitkering ter hoogte van 70% van het loon. Overigens wordt ook het adoptie- en pleegzorgverlof voor ouders per 1 januari 2019 verlengd van vier naar zes weken.

Evaluatie EIA

Subsidieregelingen met een wettelijke grondslag worden iedere vijf jaar geëvalueerd. Dat geldt ook voor

Subsidieregelingen met een wettelijke grondslag worden iedere vijf jaar geëvalueerd. Dat geldt ook voor de energie-investeringsaftrek (EIA). De evaluatie van deze regeling over de periode van 2012 tot en met 2017 is onlangs afgerond. Naar aanleiding van de resultaten van deze evaluatie wil het kabinet de regeling continueren tot 1 januari 2024. Het kabinet zal het aftrekpercentage in het Belastingplan 2019 verlagen van 54,5% naar 45%. Het netto belastingvoordeel wordt daardoor lager, maar zou voldoende moeten zijn om ondernemers energie-investeringen te laten doen. Samenvoeging van het loket voor EIA en MIA\Vamil-aanvragen zou moeten leiden tot een vermindering van de administratieve lasten voor ondernemers.


De belangrijkste aanbevelingen in het evaluatierapport zijn:



  1. Verlaag het effectieve aftrekpercentage.

  2. Voeg nieuwe technieken toe aan de Energielijst en verwijder bestaande technieken. De prestatienormen moeten tussentijds worden aangescherpt.

  3. Integreer de dienstverlening voor EIA- en MIA\Vamil om het onderscheid tussen beide voor ondernemers zichtbaarder te maken.

  4. Maak de minister van Economische Zaken eindverantwoordelijk voor de Uitvoeringsregeling EIA en de Energielijst.

  5. Onderzoek de effecten van het verruimen van de besparingsnormen voor industriële processen.

  6. Onderzoek of meer maatwerk binnen de EIA mogelijk is.